Stoomtrams in Oost-Gelderland

Het woord 'tram' roept bij de meeste mensen beelden op van straten in Amsterdam of Den Haag waar elektrisch aangedreven trams zich door het drukke verkeer wringen. Honderd jaar geleden was dat echter nog wel anders. Nederland had toen een tramnet met een lengte van circa drieduizend(!) kilometer, waarmee juist veel kleinere plaatsen in dunbevolkte gebieden uit hun isolement werden gehaald. Auto's en bussen bestonden toen nog niet en een fiets konden de meeste mensen zich niet veroorloven. De tram was dan de aangewezen manier om van A naar B te komen.

In die tijd leek een tram echter nog weinig op wat er tegenwoordig op 'lijn 11' is te vinden. Meestal werd de tram getrokken door een kleine stoomlocomotief, en soms werd zelfs nog gebruik gemaakt van paardekracht! De stoomtram werd bovendien niet alleen voor personenvervoer gebruikt, maar ook voor goederen. In feite waren de trams van toen niets anders dan een lichte uitvoering van de gewone stoomtrein (riep daar iemand dat 'lightrail' iets nieuws was?). Het belangrijkste verschil was dat het tramspoor meestal in of naast de straat lag en de tram aanvankelijk niet harder dan 20km/h mocht rijden.

Op de kaart hiernaast is te zien waar er in de Achterhoek en de Graafschap stoomtrams hebben gereden (niet ingetekend is de GSM-lijn van Dieren richting Velp). De aanleg (behalve bij de GT) en exploitatie werd door de volgende zes maatschappijen uitgevoerd: Hieronder wordt in het kort de geschiedenis van elk van deze maatschappijen weergegeven, en wat er tegenwoordig nog van de lijnen in het landschap is terug te vinden. Helaas bleken de gebruikte bronnen elkaar soms tegen te spreken, zodat niet alle opgegeven data met volledige zekerheid gegeven kunnen worden. Met name de datum van de allerlaatste (reizigers)tram bleek bij een aantal trajekten moeilijk te achterhalen.
Groenlosche Tram

Op 29 mei 1883 werd de in normaalspoor uitgevoerde tramlijn tussen Groenlo en het vier kilometer verderop aan de spoorlijn Zutphen-Winterswijk gelegen station Lichtenvoorde=Groenlo geopend. De lijn was eigendom van de Stoomtramweg-Maatschappij Lichtenvoorde-Groenlo (LG) maar werd geëxploiteerd door de HSM. Ruim een jaar later werd echter de spoorlijn Winterswijk-Groenlo-Neede geopend waardoor het vervoer op de tramlijn sterk daalde. Door de aanhoudende tekorten werd de exploitatie door de HSM tenslotte op 1 januari 1911 beëindigd, waarna de lijn een aantal jaren ongebruikt bleef liggen wegroesten.

Vanuit de gemeente Groenlo werden echter toch plannen gemaakt om de tramlijn weer in dienst te nemen, met name vanwege de betere aansluitingen richting Zutphen. Dit resulteerde uiteindelijk op 4 juni 1914 in de oprichting van de NV 'Groenlosche Tram' (GT) die de lijn van de LG overnam. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de GOSM (zie verderop) de exploitatie uit zou voeren. De gemeente Groenlo was hiertoe zelfs bereid het spoor op eigen kosten te laten versmallen naar de bij de GOSM gebruikte 1067mm. Desondanks gingen de plannen uiteindelijk niet door, waarna de GT de exploitatie zelf maar ter hand nam.
Een van de stellen tijdens een proefrit voor het tramstation van Groenlo (hier nog zonder de 'erkers' op de middenbak).
Op 6 augustus 1915 werd de dienst hervat met twee wel zeer bijzondere 'tramstellen', elk bestaande uit drie verbouwde paardetramrijtuigen. De buitenste twee rijtuigen stonden elk op slechts één as, de middelste bak was gemotoriseerd en stond op twee assen. Om de machinist, die in de middelste(!) bak zat, uitzicht op de baan te geven was één van de stellen voorzien van 'erkers' aan de zijkant. Bij het tweede stel koos men voor een andere oplossing: de bak van het rijtuig werd simpelweg haaks op het onderstel gezet! De Raad van Toezicht had zo haar bedenkingen over deze voertuigen maar gaf uiteindelijk wel toestemming om ze in gebruik te nemen, zij het dat er niet sneller dan 12 km/h mee mocht worden gereden.

Al in 1916 ging men over op een losse motorwagen, opgebouwd uit een van de koprijtuigen van de oude stellen. De GT was hiermee waarschijnlijk wel het kleinste gemotoriseerde trambedrijf van Nederland, hetgeen ook blijkt uit het het personeelsbestand dat precies drie personen telde: een werkmeester, een bestuurder (tevens conducteur) en een wegwerker... Met veel inventiviteit wisten zij echter steeds de dienst gaande te houden, ondanks alle problemen die de oorlog in Europa met zich mee bracht. Door de benzine-schaarste moest de motorwagen in 1917 omgebouwd worden om op lichtgas te kunnen rijden, en toen dat in november van dat jaar ook niet meer te krijgen was werd er overgestapt op de aloude paardetractie.
Twee varianten van de bijzondere motortrams waarmee de GT heeft gereden. Links de motorwagen die werd voorzien van 'erkers' langs de zijkant om de machinist enig uitzicht naar voren te geven. Rechts het wel heel bijzondere bouwsel waarbij de bak haaks op het onderstel was gezet.
De paardetram heeft ongeveer anderhalf jaar gereden waarna de oude motorwagen weer in gebruik kon worden genomen. In 1919 werd deze vervangen door weer een nieuw eigen bouwsel: een chassis van een Duitse railbus met daarop een van de oude paardetrambakken. In oktober 1922 werd de tramdienst door de GT echter vervangen door een autobus, waarna de lijn werd opgebroken. De GT bleef als zodanig nog tot 1937 bestaan toen de GWSM de exploitatie van de buslijn overnam.
Sporen van de lijn

De tramlijn begon in Lievelde aan de noordkant van station Lichtenvoorde=Groenlo, en liep eerst een eindje parallel aan het spoor richting Winterswijk om vervolgens naar het noorden af te buigen. Ongeveer een kilometer verderop begint een fietspad dat op de oude trambaan is aangelegd.
Naast het pad staat een bord dat -geheel in stijl- is bevestigd aan twee (zeer roestige) stukken smalspoorrail met daarop een korte toelichting op de naam 'Trampad'. Blijkbaar was men niet op de hoogte van het bestaan van de NV 'Groenlosche Tram' want er wordt gesuggereerd dat er hier na 1911 geen trams meer hebben gereden...
Het fietspad is zo'n twee kilometer lang en loopt (net als de trambaan vroeger) in een rechte lijn op Groenlo af. Het pad komt uiteindelijk uit op de Oude Aaltenseweg, de tramlijn stak hier de weg over en liep er vervolgens min of meer parallel aan tot ongeveer het punt waar nu de Rondweg ligt. Daar boog de tramlijn eerst af naar het westen en vervolgens weer naar het noorden, om te eindigen op het punt waar de Ruurloseweg en de Borculoseweg bij elkaar komen. Het station stond ongeveer ter hoogte van de Vicariestraat naast de oude vestinggracht, waar alleen een weg met de naam 'Tramstraat' nog herinnert aan de 'Grolsche tram'.